FDF

Onze kennis, uw financieel voordeel!

Per 1 juli 2011 is de BTW-heffing over het privégebruik van een auto van de zaak ingrijpend gewijzigd. Onder de nieuwe regeling wordt het woon-werkverkeer voor de BTW-heffing aangemerkt als privégebruik. Financiën heeft in een recente beleidspublicatie het woon-werkverkeer voor deze BTW-heffing nader toegelicht.

Voor de BTW-heffing op het privégebruik van de auto van de zaak wordt onder woon-werkverkeer verstaan: het (heen en/of terug) reizen van de woon- of verblijfplaats naar de overeengekomen vaste werkplaats(en), waar de werknemer – één of meerdere dagen – zijn werkzaamheden verricht. Is er geen vaste arbeidsplaats overeengekomen, dan geldt – voor ondernemers én voor werknemers – dat alle reizen (heen en/of terug) van de woon- of verblijfplaats naar een bedrijfsadres van de ondernemer als woon-werkverkeer aangemerkt worden.
Uit deze definitie van het woon-werkverkeer blijkt duidelijk dat het (heen en/of terug) reizen van de woon- of verblijfplaats naar een andere plaats dan de vaste werkplaats of een bedrijfsadres niet als woon-werkverkeer kwalificeert. Het reizen van een bouwvakker naar de bouwplaats zal in de regel niet als woon-werkverkeer aangemerkt kunnen worden (tenzij die bouwplaats als vaste werkplaats is overeengekomen). Ook is er geen sprake van woon-werkverkeer als er arbeid op verschillende plaatsen wordt verricht, zoals bij schilders en onderhoudsmonteurs, maar ook bij accountants en adviseurs die bij hun klanten op kantoor werkzaamheden verrichten.
Voor de kwalificatie van woon-werkverkeer is het gebruikte vervoermiddel niet van belang: het gebruik van een bestelauto voor woon-werkverkeer kwalificeert zonder meer als privégebruik.

Post to Twitter Post to Plurk Post to Yahoo Buzz Post to Delicious Post to Digg Post to Facebook Post to MySpace Post to Ping.fm Post to Reddit Post to StumbleUpon

Per 1 juli 2011 is de BTW-afdracht op privégebruik auto ingrijpend gewijzigd. Het privégebruik van een auto van de zaak, door de ondernemer zelf of zijn personeel, wordt – als die auto gratis ter beschikking wordt gesteld – aangemerkt als een fictieve dienst. De BTW is verschuldigd over het werkelijke privégebruik; woon-werkverkeer geldt daarbij als privégebruik. Om te voorkomen dat de ondernemer dat werkelijke privégebruik moet registreren keurt Financiën goed dat de BTW over die fictieve dienst forfaitair wordt vastgesteld op 2,7% van de cataloguswaarde van de auto (inclusief BTW en BPM).
De ondernemer die van deze goedkeuring gebruik maakt kan in eerste instantie alle BTW die drukt op de autokosten als voorbelasting in aftrek brengen. Vervolgens moet hij in het laatste belastingtijdvak van het kalenderjaar de verschuldigde BTW op het privégebruik aangeven. Als de auto niet het volledige kalenderjaar voor privé doeleinden ter beschikking staat, moet de BTW naar tijdsgelang worden berekend.
Het forfait van 2,7% BTW is in vergelijking tot de oude regeling voordelig voor duurdere auto’s met een hoge bijtelling voor privégebruik. Een auto met een cataloguswaarde van € 50.000, met 25% bijtelling kostte aan BTW-afdracht op jaarbasis € 1.500 (12% van 25% van € 50.000). Onder de nieuwe regeling is dat € 1.350 (2,7% van € 50.000). Maar bij een bijtelling van 14% kantelt dat: de oude regeling kostte aan BTW € 840 (12% van 14% van € 50.000), onder de nieuwe regeling is dat € 1.350. Het verschil wordt nog groter voor auto’s zonder enige bijtelling voor privégebruik, de milieuvriendelijke auto’s met 0% bijtelling, en de auto’s van werknemers met een verklaring geen privégebruik. Voor werkgevers kan dat verschil in BTW-afdracht een reden zijn om van de werknemer een (hogere) bijdrage voor het privégebruik van de auto van de zaak te gaan vragen.

Post to Twitter Post to Plurk Post to Yahoo Buzz Post to Delicious Post to Digg Post to Facebook Post to MySpace Post to Ping.fm Post to Reddit Post to StumbleUpon