
Wanneer een werknemer bij ontslag een schadevergoeding van zijn werkgever ontvangt, spreekt men van een gouden handdruk. Deze gouden handdruk biedt enige compensatie voor het directe inkomensverlies en toekomstige pensioenverlies die bij ontslag kunnen ontstaan. Bij individuele ontslagzaken wordt de hoogte van de afvloeiingsregeling meestal bepaald door de kantonrechter of door een schikking tussen werkgever en werknemer. Bij collectieve ontslagzaken is vaak sprake van een afvloeiingsregeling op basis van een met de vakbonden overeengekomen sociaal plan, dat in beginsel voor alle betrokken werknemers bindend is ongeacht de hoogte van de ontslagvergoeding.
Voor het berekenen van de hoogte van een gouden handdruk zijn de kantonrechtersformule en de suppletiemethode de meest gangbare formules. Bij de kantonrechtersformule (ook wel ABC-formule genaamd) wordt de hoogte van de schadeloosstelling vooral bepaald door de leeftijd, het aantal arbeidsjaren en het bruto salaris van de werknemer. In bepaalde gevallen wordt er ook nog een afwijkende correctiefactor toegepast. Hiervan is sprake wanneer één van de partijen (werkgever of werknemer) meer schuld heeft aan het ontslag. Deze correctie kan zowel in het voordeel als in het nadeel van de werknemer zijn.
De kantonrechtersformule is slechts een richtlijn en zegt niets over het werkelijke inkomens- en pensioenverlies bij ontslag. Daarentegen geeft de suppletiemethode wel een indruk van het werkelijke inkomensverlies. Deze methode is gebaseerd op het suppleren (aanvullen) van de diverse werkloosheidsuitkeringen tot een bepaald niveau. Het kan bijvoorbeeld gaan om een tijdelijke aanvulling op een toekomstige werkloosheidsuitkering (WW, TW, IOAW) tot 90% van het laatstgenoten salaris. De veronderstelde periodieke aanvullingen worden meestal omgerekend naar een eenmalige afkoopsom op de ontslagdatum. Een gouden handdruk op basis van de suppletiemethode kan voor "oudere" werknemers (vanaf ± 53 jaar) met een langdurig dienstverband en een sterke onderhandelingspositie hoger uitvallen dan een gouden handdruk op basis van de kantonrechtersformule. Hierbij wordt verondersteld dat zij tot de pensioengerechtigde leeftijd werkloos zullen blijven, of (indien vooraf bekend) na het ontslag beduidend minder gaan verdienen bij een nieuwe werkgever.
Stamrecht
Een stamrecht is een fiscale faciliteit in de Loonbelasting die het mogelijk maakt om de belastingheffing over uw gouden handdruk aanzienlijk te verlagen. Wanneer (een deel van) een gouden handdruk wordt omgezet in een stamrecht blijft belastingheffing vooralsnog achterwege, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 11 lid 1 onder g van de Wet op de Loonbelasting 1964. De gouden handdruk wordt dan omgezet in een recht op periodieke uitkeringen (= stamrecht) bij een levensverzekeringmaatschappij. Het is ook mogelijk om de gouden handdruk onder te brengen in een eigen stamrecht BV.
Een stamrecht moet uiteindelijk worden omgezet in een belastbare periodieke uitkering aan de ex-werknemer. Deze verplichting geldt zowel voor een stamrecht bij een levensverzekering-maatschappij als voor een stamrecht BV. De volgende fiscale voorwaarden zijn altijd van toepassing op een stamrecht :
Het op te nemen deel moet worden omgezet in een periodieke uitkering aan de ex-werknemer. De periodieke uitkeringen moeten voldoen aan een fiscaal vereiste minimale uitkeringsduur waarbij sprake is van een actuariële sterftekans van tenminste 1%. De minimale uitkeringsduur is afhankelijk van de leeftijd van de werknemer op het moment van uitkeren. Bij een levenslange periodieke uitkering is altijd sprake van een sterfterisico van 100%. Bij een tijdelijke periodieke uitkering dient vooraf te worden berekend of er sprake is van een actuariële sterftekans van tenminste 1% gedurende de uitkeringsperiode.
De periodieke uitkeringen dienen uiterlijk in te gaan in het kalenderjaar waarin de ex-werknemer de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een tijdelijke en/of levenslange periodieke uitkering vanaf 60 of 65 jaar.
Na het overlijden van de ex-werknemer mogen de periodieke uitkeringen uitsluitend toekomen aan diens (voormalige) echtgenoot of partner, en bij ontstentenis van deze, aan diens kinderen mits deze de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt op het moment van overlijden van de ex-werknemer. Na het overlijden van de ex-werknemer dienen de periodieke uitkeringen direct in te gaan.
Een stamrecht mag niet worden afgekocht, beleend, vervreemd of tot voorwerp van zekerheid dienen. Wanneer het stamrecht niet (meer) voldoet aan alle fiscale voorwaarden kan dit leiden tot een progressieve belastingheffing van maximaal 52% plus een revisierente van maximaal 20%. Beide belastingheffingen worden over de volledige waarde van het stamrecht berekend waardoor de maximale belastingheffing kan oplopen tot 72%.
Stamrecht BV
Het oprichten van een stamrecht BV is niet alleen voorbehouden aan ontslagen werknemers die een eigen onderneming willen starten. Een stamrecht BV kan worden opgericht voor het starten van een onderneming maar het is géén fiscaal vereiste. Wanneer de bruto ontslagvergoeding rechtstreeks wordt overgemaakt aan de eigen stamrecht BV blijft belastingheffing vooralsnog achterwege, mits de bruto ontslagvergoeding rechtstreeks wordt gestort in een stamrecht BV nadat deze is opgericht, en niet in een stamrecht BV in oprichting! Dit betekent dat de oprichter van een stamrecht BV (naast de ontslagvergoeding) moet beschikken over minimaal € 18.000,00 wat overeenkomt met het wettelijk minimum aan eigen vermogen voor de oprichting van een BV (= besloten vennootschap). Hierbij geldt als fiscaal vereiste dat de stamrecht BV een stamrechtverplichting moet aangaan met de gewezen werknemer. De stamrecht BV dient de bruto ontslagvergoeding op een verantwoorde manier te beheren om zo de toekomstige verplichting tot het doen van periodieke uitkeringen te kunnen nakomen. De toekomstige periodieke uitkeringen van de stamrecht BV worden te zijner tijd wel tot het belastbaar inkomen van de werknemer gerekend.
Een stamrecht BV biedt meer flexibiliteit dan een stamrecht bij een levensverzekering-maatschappij. Wanneer voor het starten van een onderneming een stamrecht BV wordt opgericht, wordt de bruto ontslagvergoeding feitelijk (maar niet formeel) het startkapitaal van de onderneming en kan worden gebruikt voor het financieren van investeringen. Met een stamrecht BV is het tevens mogelijk om (binnen de grenzen van de fiscale spelregels) de bruto ontslagvergoeding aan te wenden voor privé doeleinden zoals bijvoorbeeld het financieren van een woning. Een stamrecht bij een levensverzekeringmaatschappij mag uitsluitend uitkeren in de vorm van een periodieke uitkering die voldoet aan de fiscaal vereiste minimale uitkeringsduur welke afhankelijk is van de leeftijd van de werknemer op het moment van uitkeren.
Bij FDF betaalt u een vast bedrag per jaar. Dit bedrag spreken we van te voren af!
- Copyright © 2011 FDF
- |
- privacy
- |
- disclaimer
- |
- algemene voorwaarden
- |
- sitemap
- FDF management & organisatieadvies
T 0495-595749
E info@fdf-bv.nl - FDF administratie- en belastingdeskundigen
T 0413-248825
E info@fdf-bv.nl



