
Afhankelijk van de omstandigheden zijn aanspraken op uitkeringen bij ontslag belast, dan wel vrijgesteld.
Voor uitkeringen bij ontslag moet onderscheid gemaakt worden naar de reden van ontslag:
Bij ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, vervroegd uittreden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is de aanspraak op een eenmalige uitkering van maximaal 3 maal het loon over een maand vrijgesteld van loonbelasting. Het loon dat bepalend is voor de hoogte van deze vrijstelling, is het brutomaandloon dat ook bepalend is voor diensttijduitkeringen . Een aanspraak op een hogere uitkering behoort geheel tot het loon.
Bij ontslag wegens een andere reden is de aanspraak op een eenmalige uitkering vrijgesteld. De hoogte van de uitkering speelt hier geen rol.
De uitkering op grond van deze aanspraken behoort tot het loon, behalve als de uitkering als een vrijgestelde diensttijduitkering kan worden opgevat. Het vrijstellen van een aanspraak betekent in feite dat de betaling van loonheffingen wordt verschoven van het moment waarop de aanspraak ontstaat naar het moment waarop de uitkeringen worden uitbetaald. In situaties waarin de aanspraak wordt vrijgesteld en de uitkering tot het loon wordt gerekend, wordt wel gesproken van de "omkeerregel".
Periodieke uitkeringen
In plaats van een schadeloosstelling ineens kan de werkgever ook een aanspraak op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon toekennen (stamrecht). Deze aanspraken zijn onder voorwaarden onbelast (stamrechtvrijstelling) Ook op een afkoopsom ineens kan de stamrechtvrijstelling van toepassing zijn.
De stamrechtvrijstelling geldt als aan de volgende 3 voorwaarden wordt voldaan:
De aanspraak voorziet in periodieke uitkeringen die aan de (voormalig) werknemer toekomen en die uiterlijk ingaan in het jaar waarin hij 65 jaar wordt. De aanspraak mag ook voorzien in periodieke uitkeringen die bij eerder overlijden ingaan en die toekomen aan zijn (gewezen) echtgenoot of degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert of heeft gevoerd en met wie geen bloed- of aanverwantschap in de rechte lijn bestaat, of zijn kinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt.
De aanspraak is ondergebracht bij een verzekeraar die in de wet wordt genoemd ( een pensioenfonds of -lichaam, een verzekeringsmaatschappij, een eigen stamrecht-bv van de (voormalig) werknemer of de (voormalig) werkgever) en de aanspraak wordt rechtstreeks op de rekening van de verzekeraar gestort. De staatssecretaris van Financiën heeft, vooruitlopend op een wetswijziging, met ingang van 17 januari 2008 goedgekeurd dat ook een stamrecht bij een buitenlandse verzekeraar mogelijk is.
De aanspraak mag onder meer niet voortvloeien uit een (pre)pensioen- of VUT-regeling die is afgekocht of vervreemd of die onzuiver is.
De periodieke uitkeringen die uit de aanspraak voortvloeien zijn loon.
N.B. In sommige gevallen is het recht op periodieke uitkeringen (stamrecht) aan te merken als een regeling voor vervroegd uittreden! In dat geval geldt de VUT-strafheffing, waardoor de koopsom belast wordt met een eindheffing van 26% (vanaf 2011 wordt deze eindheffing verhoogd tot 52%). Naast deze strafheffing wordt op de reguliere wijze loonheffing ingehouden (maximaal 52%) op de termijnen . [ Bron: Belastingdienst ]
Bij FDF betaalt u een vast bedrag per jaar. Dit bedrag spreken we van te voren af!
- Copyright © 2011 FDF
- |
- privacy
- |
- disclaimer
- |
- algemene voorwaarden
- |
- sitemap
- FDF management & organisatieadvies
T 0495-595749
E info@fdf-bv.nl - FDF administratie- en belastingdeskundigen
T 0413-248825
E info@fdf-bv.nl



